annemieke kreuger - woorden uit mijn omgeving

Annemieke heeft een fascinatie voor taal. En vormgeving. Dat verenigen is wat ze graag doet en in deze blog vertelt ze over een recent project met als opdracht: “Onderzoek een thema over het gegeven ‘identiteit’, ‘limbo’ en ‘non-identiteit’ en maak hier een project over.”
 

Op bovenstaande manier beginnen veel van de projecten op een kunstacademie. Je wordt in het diepe gegooid en verzin er maar wat op.

Tijdens mijn eerste brainstorm kwam de gedachte bij me op dat in het fenomeen identiteit taal een heel erg belangrijke rol speelt. Taal is wie je bent, waar je bij hoort, het zit vol emotie en herinneringen en ga zo maar door. Dus wat voor soorten taal heb je eigenlijk allemaal? Het zijn er ontelbaar veel maar denk onder andere aan moedertaal, lichaamstaal, gebarentaal, dialect en jargon. Terwijl ik naar mijn lijst keek en deze indeelde in de 3 subcategorieën van identiteit bedacht ik me dat je vaak je spreektaal aanpast aan de omgeving. Meestal met als doel je beter verstaanbaar te maken naar aanleiding van de context. Ik las over een studie die hier onderzoek naar doet; sociolinguïstiek. “De sociolinguïstiek is een vakgebied van de taalkunde dat taal en taalgebruik bestudeert in de context van maatschappij en cultuur.”  En ik denk dan: het kan toch niet anders dan dat je dit mega interessant vindt en hier meer over wilt weten?!

Het is niet heel verrassend, maar taal leer je aan. Je wordt er niet mee geboren en ook op de manier van klanken maken moeten we oefenen. Als baby ontwikkel je door dat oefenen op klanken een bepaalde tongval en dit is dan ook de reden dat we andere talen met een accent spreken. Wat nu blijkt uit de sociolinguïstiek, is dat elk persoon een unieke taal heeft. Je taalvariëteit bestaat uit je woordenschat, welke ontstaat door wie je bent, waar je vandaan komt en met wie je je omgeeft. We noemen dit sociolect, denk aan dialect maar dan veel groter. Dialect valt trouwens onder het sociolect. Alleen moet je bij sociolect veel verder denken; o.a. je geslacht, leeftijd, klasse, opleiding, werk, afkomst en woonplaats dragen bij aan jouw unieke taal. En dit gebruik je dan ook weer verschillend in diverse situaties, contexten en in contact met verschillende gesprekspartners.

Om mijn onderzoek grenzen te geven ben ik zo veel mogelijk variaties op tussenwerpsels gaan verzamelen. Bij tussenwerpsels kan je denken aan uitspraken zoals bij het gedag zeggen (hallo, hoi, hey) of een uitroep (yes!, foei!, proost!). Op de Open Dag van de Willem de Kooning Academie heb ik zoveel mogelijk woorden door mensen laten invullen in de volgende elf categorieën: gedag zeggen, vraag stellen, akkoord gaan, bedanken, feliciteren, uitroepen, proosten, voor het eten, zich verontschuldigen, afscheid nemen, slapen gaan. Ik had vier kleuren sticky notes en daar een leeftijdscategorie aan gebonden. Zo kon het publiek woorden die zij zelf gebruiken of mensen uit hun omgeving gebruiken opschrijven en delen.

Na dit onderzoek vond ik het jammer dat ik alleen op leeftijd kon categoriseren. Maar om nou mensen een hele vragenlijst in te laten vullen… Ook realiseerde ik me dat de woorden die je gebruikt zo persoonlijk verbonden zijn met jou en je omgeving, dat ik dat niet moet delen in een project. Mensen moeten dat zelf verzamelen. Zo wordt het een persoonlijk onderzoek naar de oorsprong van jouw taalkeuze en taalgebruik. Je zal zien dat de mensen waar je het meest mee omgaat, heel vergelijkbare woorden gebruiken en mensen die je oppervlakkiger kent minder. Ik zag het voor me als een onderdeel van een lespakket.

Het boekje dat ik ontworpen heb is gebaseerd op een vriendenboekje. Als introductie in de les Nederlands (en misschien ook als kennismaking met je klas) zouden eerste klassers het boekje door mensen uit de verschillende groepen waar je toe behoort kunnen invullen. In ‘Woorden uit mijn omgeving’ schrijven jouw vrienden, familie, klasgenootjes en anderen op de linker pagina iets over hun achtergrond - hieruit haal je een groot deel van de oorsprong van hun sociolect. Op de rechter pagina vullen zij in "wat ze tegen jou zouden zeggen als…" in de reeks die ik hiervoor noemde.

Door deze speelse manier van het verzamelen van woorden en uitspraken, dit te delen én dit te combineren met een lespakket, leren de kinderen waar taal vandaan komt, hoe het ontstaat en hoe het evolueert. En misschien leren ze elkaar ook wel beter begrijpen. Want taal maakt een mens uniek, daar mag men best trots op zijn!