drie hoog achter - luc parhan

Luc Parhan logo

Na het Skillslab van R'damse Nieuwe ontmoeten we Luc en raken we aan de praat over wat hem zoal bezighoudt. En dat is nogal wat! Hij komt net vers van de Willem de Kooning Academie, maar echt rust nemen na zijn afstuderen is er niet bij. Zo werkt hij al een tijdje voor Funk-e en deed recent samen met hen mee aan het 48 hour filmproject (die ze wonnen deze met hun prachtige animatie "Hartstocht"). Daarnaast is hij bezig met het uitwerken van zijn afstudeerproject Anders? Ik wel! en gaat vanaf nu regelmatig in ONDERWEG vertellen wat hij allemaal meemaakt.  Hij wil namelijk ook iets doen met het feit dat hij "makkelijk" schrijft. En daar was de YEDS match geboren... Go Luc! 

Drie hoog achter. Het gebeurt niet vaak dat die uitspraak letterlijk kan worden gebruikt. Afgelopen weekend was het de enige manier waarop ik kon omschrijven waar ik stond. 

Mijn naam is Luc Parhan. Ik ben onlangs afgestudeerd als illustrator aan de Willem de Kooning Academie. Op zich is dat handig om te weten. Ik ben kunststudent geweest en altijd al geïnteresseerd in kunst en plaatjes. Het idee van een expositie, kunstfestival of museum is mij dus zeker niet vreemd. Ik ben zo vaak diegene geweest die langzaam langs de schilderijen schuifelde, en in gedachten verzonken aan mijn, steeds minder denkbeeldige, baard trok.

Het begon allemaal een maand of twee terug. Afstuderen. We waren al een half jaar bezig met ons project en het was eindelijk zo ver. De laatste puntjes werden op de laatste i-tjes gezet, de presentaties werden voorbereid en het einde was in zicht. Na onze afstudeerpresentaties zouden we, mits we zouden slagen, met ons werk mogen exposeren in de Hofpoort. Naast een expositie waren daar nog een aantal evenementen, van lezingen tot perfomance-kunst, mode-shows tot consultancy.

Voor mij en nog een dertigtal oud-studenten kwam daar nog iets bovenop. Wij waren met ons project genomineerd voor de drempelprijs. Dit is een stimuleringsprijs voor afgestudeerde kunststudenten van de Willem de Kooning Academie. Deze eerste nominatie betekende o.a. dat we een kekke sticker op ons naambordje kregen, maar ook dat we ons project konden pitchen voor de jury. Tijdens de expositie werd namelijk een shortlist van negen finalisten samengesteld. Na deze pitch kreeg ik te horen dat ik was geselecteerd voor de shortlist. Ik zou echt kans maken op de prijs en daarnaast mogen exposeren op het Witte de With festival. Ik was extatisch maar na vier dagen exposeren te moe om me echt druk te maken.

Na die eerste expositie heb ik het allemaal even achter me gelaten, eventjes helemaal niets. Rust.

Tot ik, grofweg een week geleden, een mailtje ontving over de expo en de rest van de afwikkeling van de drempelprijs. We konden vanaf dinsdag beginnen met opbouwen.

Zo, nu zijn we allemaal weer bij. Het begin. Iedereen is wel eens op een expositie of festival geweest. Het heeft een bepaald bekend gevoel, de mensen gedragen zich op een typische manier, de mensen zelf zijn vaak ook vrij typisch. Je kunt het misschien vergelijken met een markt. Je kent het, je bent er zo vaak geweest, maar je staat er niet helemaal bij stil dat zo'n ding moet worden opgebouwd. Ze ontstaan toch gewoon spontaan? Datzelfde gold voor mij bij exposities. Ondanks het feit dat ik al bij de opbouw van meerdere betrokken ben geweest blijft het iets bijzonders.

Ik liep de Witte de Withstraat in. De straat was leeg, niet persé stil of verlaten, maar door alle opbouwwerkzaamheden merkte je dat de straat zich aan het voorbereiden was op drukte. De taps werden gevuld, de lichten werden aangesloten en de mobiele toiletten werden verspreid. De dinsdag ervoor was ik al op de plek waar ik zou gaan exposeren geweest. Een leeg kantoorpand. Half bekleed met vloerbedekkingtegels, de TL-buizen knipperden en hier en daar hingen lamellen voor de ruiten. Het was leeg, maar in mijn hoofd was het al vol. De schotten werden gebouwd, de tafeltjes klaargemaakt om te worden gevuld met voeding voor de cultuur-hongerige slenteraars die onze expo de komende dagen zouden bezoeken. "Daar komt jouw spul, Luc!" hoorde ik achter me. Ik volgde de vinger naar het hoekje waarheen hij wees. Dat plekje zou het komende weekend mijn thuis zijn. Daar zou ik staan om mijn verhaal te vertellen. Om uit te leggen waar ik nu het afgelopen half jaar mee ben bezig geweest.

Ik zette mijn spullen neer. Sloot de computer en projector aan en testte mijn animatie. Het werkte. Voor nu. Want uiteindelijk gaan er altijd wel dingen mis. Dat is ook zoiets waar je niet bij stil staat als je een van de slenteraars bent. Dat filmpje dat jij eventjes bekijkt, terwijl je hoofd al drie werken verder is, moet een hele expositie blijven draaien. Die jongen waaraan jij vraagt wat hij heeft gedaan heeft dat exacte verhaal al minimaal tien keer verteld. Het is de keerzijde waar we normaal gezien zo weinig van meemaken.

Drie hoog achter. Daar stonden we. De negen finalisten van de drempelprijs. We wachtten tot de klok vijf uur sloeg en de eerste bezoekers zouden binnendruppelen. De mensen kwamen binnen, ze hadden de trap, die op zichzelf ook een kunstinstallatie met licht, geluid en trilling was, getrotseerd om naar ons werk te kijken. We begroetten ze, vertelden over onze projecten, vol passie, vol vuur, vol energie. Om acht uur zouden de prijzen worden uitgereikt.

Om acht uur moesten we naar buiten, op naar het podium aan de Kromme Elleboog, op naar de piek van onze zenuwen. We hadden er allemaal zo hard voor gewerkt, zoveel tijd en energie in gestopt, zo naar uitgekeken. Negen finalisten, we waren er allemaal bijna.

Negen finalisten, drie afdelingen, een prijs per afdeling.

Het was druk bij het podium. De tafeltjes en bankjes zaten vol met geïnteresseerden, familie, vrienden, leraren en verraste terrasgangers. Het werd langzaam donker, de lichten gingen aan, er klonk geroezemoes, biertjes werden gedronken en mensen waren lekker aan het kletsen. "TAP TAP" Het bekende, doffe getik op de microfoon klonk door de straat. "Doet 'ie het?" "Horen jullie mij?" Een net geklede man stond achter de microfoon en haalde een briefje uit zijn binnenzak. Hij hield een kort verhaaltje over de drempelprijs. Wat het nu eigenlijk is, waar hij vandaan komt en hoe het allemaal is gegaan.

De woorden spoelden over me heen. Ik wilde eigenlijk vooral van de onzekerheid af. De jury werd voorgesteld, de woordvoerder werd het podium op geroepen en vertelde kort over elk project. Daarna was het stil, bijna voelbaar, in ieder geval voor mij.

"De winnaar van de drempelprijs voor de Commercial Practice is: "Luc Parhan, met zijn project….."

Ik sprong het podium op. Alles liep door elkaar. "Zou ik het wel echt goed hebben gehoord?" "Dit kan toch eigenlijk niet?" Het was zo, links van mij een bos bloemen en een hand, rechts van mij een hand en de prijs. Ik had echt gewonnen. De exposities zouden rond een uur of elf stoppen. De drukte op straat zou nog tot 's ochtends doorgaan. Na de uitreiking zijn we nog een paar drankjes blijven doen om daarna terug te gaan naar ons thuis voor drie dagen.

Drie hoog, achter de ingang van WORM, aan het eind van de straat. Daar stond ik, vol ongeloof te kijken naar de prijs in de hoek. Zaterdag rond een uur of twaalf zou het weer beginnen. Ik liep de straat in. Om mij heen werd schoongemaakt, de feestvreugde van gisteren leek nu andermans schoonmaakverdriet. Tot nu toe had ik nog niet echt gelet op wat er om mij heen aan de hand was. Vlak voor de ingang van onze expositie was een parkeerplaatsje omgebouwd tot een kunstzinnige midgetgolf baan. Obstakels met water, belletjes, hobbels, bobbels, spijkers en zelfs poep zorgden voor een cultureel potje balletjes slaan. De ingang van de Boomgaardsstraat, op de hoek van WORM en Wunderbar, werd gesierd door een groot, in eerste instantie wit, doek. Het hele weekend werd er door verschillende artiesten in een hoogwerker aan geschilderd. Live painting op serieuze schaal.

Iets verderop, aan het begin (of het eind, ligt er net aan van welke kant je komt) van de Kromme Elleboog werd er live getekend. Een groep illustratoren en tekenaars was er bezig met allerlei verschillend werk en iedereen kon erbij komen staan, kijken, vragen en aan het einde van de dag kon je zelfs wat werk kopen. Ik liep door naar mijn eigen expositie.

In de ruimte kwam ik mijn mede exposanten tegen. Het schept toch een band, drie dagen bij elkaar staan. Het was rustig. Erg rustig. Dus gingen we koffie halen. Backstage. Blijkbaar hadden we daar bandjes voor nodig. Een paar gesprekken en vragen later liepen we terug naar onze expo met om onze pols een fel-roze bandje, bewijs dat we "Rotterdam Artist" waren. Terwijl we terugliepen naar onze plek hoorden we de geluiden van een rondleiding. Niet ver van onze plek vandaan startte om de zoveel tijd de "kunstroute" die langs alle hoekjes van het festival leidde. Alle hoekjes, dus ook de onze. De rest van de dag bleef het rustig doorgaan met bezoek. Mensen kwamen in golven binnen. Rustig, iets drukker, rustig, ietsjes drukker, erg rustig, etc. De piek leek niet echt te komen. Niet meer vandaag. Tegen het einde van de dag werd het toch plots een stuk drukker. De feesten in de straat waren weer begonnen, maar de die-hard kunstfans (en hun kinderen) bleven stug naar de exposities kijken. Drie hoog achter, ik dacht dat het niet te vinden zou zijn, maar er bleven mensen komen.

Het was zondag en daarmee ook de laatste dag van het festival. Ik liep door de straat en wat direct opviel was dat er nu werd afgebouwd. De grote bogen die in de straat waren neergezet werden afgebroken. De taps verdwenen en de straat leek net een gewone straat. De feesten waren over, maar het festival nog niet. Dat zou doorgaan tot een uur of zes. Het was aan vrijwel iedereen te merken dat het een beetje klaar was. Drie dagen exposeren is zwaarder dan je in eerste instantie zou denken. De ogen waren kleiner, de wallen groter. Maar toch gingen we er nog een dagje voor. Een laatste dag van vertellen, uitleggen en energieker doen dan we eigenlijk waren. Het weer wilde ook niet helemaal meer. Het werd grijzer, kouder en hier en daar begon het te regenen. Rustig, dan wat harder om weer rustiger te worden. De avond viel wisselvallig en verwarrend. Het werd steeds stiller. De mensen stopten met komen, de afbouw begon. De plek die toch een soort thuisbasis was geworden veranderde weer in die vreemde, lege plek die het drie dagen geleden ook was. De schotten en tafeltjes die er waren gemaakt werden afgebroken, de wegwijzers en de paden verdwenen. Het was stil en leeg.

Drie hoog achter, mijn plek op een fantastisch festival.