freelancen en jongleren - luc parhan

Luc Parhan blogt sinds september in ONDERWEG over wat hem als startende zelfstandige animator zoal bezig houdt. Vandaag over hoe hij alle ballen in de lucht probeert te houden en wat voor struggle het werkende leven met zich meebrengt. 


De gymles moest nog beginnen. Ik was een jaar of zeventien en ik kon jongleren. De gymzaal was leeg, geen bokken, paarden of ander gymnastisch vee om me mee te vermaken. Ik liep naar de kast met speelgoed, de ballen, knuppels, touwen en ander gooisel keken me uitdagend aan.

Ik heb nooit officieel leren jongleren, nu weet ik ook niet zeker of er direct een officiële manier is, maar waar ik op doel is dat ik alleen zelf een beetje heb aangerommeld. Ik had een boekje, ballen, kegels en een hoop vrije tijd. Mijn enige regel was dat ik liever niets op mijn tenen liet vallen (en na tienen geen gestuiter meer, maar dat kwam van mijn ouders).

Ik koos voor een honkbalknuppel, een tennisbal en een basketbal. In het midden van de gymzaal begon ik, eerst de grote basketbal, zodra die op zijn hoogste punt was gaf ik de honkbalknuppel een draai en liet hem de lucht in gaan. De tennisbal volgde later terwijl de basketbal alweer terug in mijn handen was. 

Zo ging ik door, blijven kijken, blijven vangen, blijven gooien.

Jongleren is iets mafs. Zolang je genoeg ruimte hebt en alles in de gaten blijft houden gaat het goed. De gymleraar liep de zaal binnen. Hij keek mijn kant op en zijn gezicht verloor alle, tijdens zijn vakantie zo zorgvuldig opgebouwde, kleur. Langzaam liep hij op me af. Zijn woorden leken even traag te gaan: “Luc, rustig aan… P-p-probeer het maar te laten vallen… G-g-gecontroleerd… Vvvoor er iemand…  gewond raakt…”

Ik keek hem aan, keek naar de objecten die door de lucht vlogen en koos ervoor om maar iets stuiterends te laten gaan. Die honkbalknuppel zou ik wel vangen. De basketbal stuiterde een aantal keer om tenslotte naar de muur te rollen.

Nu ik dit schrijf zijn we zo’n vijf jaar verder. Ik ben freelance illustrator en animator. Ik werk thuis.

Werk is een vreemd begrip. Ooit riep het woord ‘werk’ alleen maar beroepen bij me op. Beroepen met uniformen. Bakker, zuster, brandweerman, politie, soldaat. Werk was iets waarna je naar huis gaat. Maar dat dat huis bijhouden, de koelkast bijvullen en zorgen dat je je ergens mee kunt blijven afvegen ook daadwerkelijk werk was kwam nooit bij me op. Eten ontstond op magische wijze en boodschappen deed je alleen om je ouders door te zagen over dat ene frisdrankje dat je toch nooit kreeg. Op school bleven opdrachten en tijdverdrijf gewoon komen. De bel ging wel en anders vertelde de juf wanneer je kon gaan spelen, eten, drinken of uiteindelijk, na een lange dag, naar huis kon gaan.

Het ritme en de regelmaat die me zolang zijn aangeboden zijn weggevallen. Natuurlijk is dat verval enigszins geleidelijk gegaan, elke stap op de onderwijsladder heeft weer iets minder handjes om je vast te houden, maar zodra je thuis zit zijn ze allemaal weg. Mijn dagen beginnen tegenwoordig met werk. En dan heb ik het niet eens over de zware taak om slapende onderdelen van mijn half wakkere zelf uit bed te slepen. Wassen, kijken of de koelkast nog vol genoeg is om de rest van de dag door de komen, ontbijt en dan aan het werk. 

De computer staat aan, mijn maag is gevuld en mijn ogen glijden over de lijst op mijn bureau. Ik moet nog een klant bellen, ik moet wachten tot een ander mij belt en ondertussen zou het erg goed zijn als ik die ene tekst nog afmaak. Daarna kan ik die illustratie wel weer aanpakken.

Ik begin.

De ‘pling’ van mijn computer laat me weten dat ik een mailtje heb. Ik kijk op van de tekst op het scherm. Het mailtje is van een klant. Een lijst met feedback op een opdracht van een week geleden staart me aan. Ik ga terug naar de tekst en type mijn zin af. 

Het mailtje blijft in mijn hoofd zitten en houdt me van mijn werk af. Tijd voor pauze. Ik moest toch nog boodschappen doen. Terwijl ik naar buiten stap realiseer ik me dat ik eigenlijk precies zo bezig ben als toen, vijf jaar geleden voor de gymles. Ik heb maar twee handen, maar er draaien zoveel meer dingen door de lucht. Mijn oplossing is hetzelfde, neem genoeg ruimte en hou alles in de gaten, dan blijft alles goed gaan. 

Doorgaan, blijven kijken, blijven vangen, blijven gooien, blijven staan, blijven werken, blijven schrijven, blijven tekenen, blijven denken. 

Vooral niet stoppen.

Het blijft iets mafs. Je moet alles in de gaten blijven houden, anders stort het allemaal in elkaar.